Zij van hem

Mijn leven met een man in een vlekkenpak

RAWR!

Een reactie plaatsen

Wat een dagen… Intern begin ik wat te blokkeren. Zo merk ik op dat ik vaker last van mijn kaken heb, omdat ik onbewust mijn tanden op elkaar bijt. Ook de vermoeidheid begint nu echt grote slagen te maken en geeft me af en toe een elleboog, want mijn nachtrust is niet optimaal. Ik ben vaak wakker, ga verliggen, kruip weer even tegen hem aan, droom heel veel en ben vooral ook ’s ochtends heel vroeg wakker. Die vermoeidheid komt mijn emotionele toestand ook niet echt ten goede en wanneer ik hoor dat de vertrektijd een uur later is staan eerder de tranen in mijn ogen dan dat ik een vreugdedansje doe omdat we nog een uurtje langer samen hebben. Ik ben er klaar mee en ik ben er klaar voor.

Hoe groot is het contrast met een paar maanden terug. Op dat moment kon de vertrekdatum niet ver weg genoeg zijn. Het liefst bleef ik daar, in dat moment, en zette de tijd stil. Natuurlijk zou dat nu ook fijn zijn, maar je weet dat het vertrek er hoe dan ook aankomt, dus de laatste tijd is er vooral de wens om het maar achter de rug te hebben.

De dagen voorafgaand aan vandaag hebben we al zo vaak gedag gezegd, en wat is dat gek. Mijn zussen, zwagers, opa en ouders gaven hem een knuffel en een hand. “Tot volgend jaar.” en “Doe voorzichtig.”. Gek om je te beseffen dat ze ‘m daarna niet meer zullen zien en dat dat voor mij net zo zal zijn vandaag. Wanneer ik dat hardop mijmer tijdens het afscheid bij mijn oudste zus staan ook de tranen in haar ogen. Dat raakt me en het geeft me ook wel een goed en trots gevoel dat hij dus al zoveel betekent voor mijn familie dat het afscheid moeilijk is.

Van tevoren heb ik al van alles bedacht en naast het cadeautje wat ik hem heb gegeven (en hij pas daar open mag maken) leek het me wel tof om een filmpje te maken van vandaag, dus vanmorgen vroeg (nadat ik al ongeveer anderhalf uur wakker was en hij nog heerlijk naast me lag te slapen) zette ik mijn telefoon aan, startte de video opname en deed het nachtlampje aan. Wakker worden schat. Vandaag is de dag.

In elke vezel in mijn lijf voel ik dat het vandaag die ene dag is. We praten niet veel over het afscheid. Niet echt. Ik kan het niet, want dan barst ik in tranen uit. Wanneer we vanmiddag in de auto zitten durf ik het dan toch aan om te vragen wat ik eigenlijk al weet. Ik wil graag bevestiging, ook al heb ik die rationeel gezien niet nodig. Maar omdat hij er weinig over zegt vraag ik het hem toch: “Ga je me missen?”. “Ja, ik ga je missen.”, is zijn eenvoudige maar zoveel zeggende antwoord. Hij kaatst de bal naar mij terug en vraagt of ik hem ga missen. Natuurlijk weet hij het antwoord ook al (hoe vaak heb ik ‘m dat al niet gezegd), dus ik grap dat ik ‘m wel een klein beetje ga missen. Ik kijk de andere kant op en weer besef ik me even voor hoe lang ik hem gedag moet zeggen, waarop de tranen weer komen en hij me een pakje zakdoekjes aangeeft. Ik lach door mijn tranen heen. Daar is hij weer, mijn rots in de branding, mijn houvast, mijn zekerheid. Altijd daar om mij te helpen en om mij aan te vullen.

Onderweg naar het vliegveld passeren we de auto van zijn moeder en haar man. We balen een beetje, want ze zijn heel vroeg, maar ik had niet anders verwacht. Bij het verkeerslicht staan we naast een collega die bij mij in de buurt woont. Ook hij gaat mee. We parkeren de auto en als we uitstappen wisselen we onze brieven uit. Nog even dit moment samen voordat we omringd worden met collega’s en familie. Ik geef hem mijn brief die ik voor hem heb geschreven en ik krijg de zijne welke aan mij gericht is. Die stop ik in mijn agenda, diep in mijn tas, zodat ik ‘m niet kwijt kan raken.

Nog altijd voelt het niet alsof ik ‘m straks maanden niet meer zal zien en ik probeer er ook maar niet aan te denken, want ik merk dat wanneer ik dat doe de tranen al naar boven komen. Nee, hij is nog niet weg. En ja, ik kan dit! We lopen (met zijn familie) naar binnen en eigenlijk vind ik het allemaal een stuk kleiner dan ik verwacht had. Tja, en daar sta je dan… Te wachten… Ik weet me niet zo goed een houding te geven en richt me op alles om me heen. Mensen kijken, gesprekken her en der volgen, met een half oor zijn moeder aanhoren, terwijl ik ook mee probeer te luisteren als het vriendje met een collega praat. Het liefst zou ik heerlijk tegen ‘m aan kruipen om ‘m nooit meer los te laten, maar ik doe het niet. Ik sta overal en nergens en pak af en toe even zijn hand. Dan kijken we elkaar aan en hebben we geen woorden nodig. Tijdens het praatje van de detco staat hij op de tweede rij. Ik kijk naar ‘m en ben beretrots. Dat is mijn man daar. Die knappe, die lieve, die verrassend attente en zo bijzondere man die mijn hart veroverd heeft en daar diep zijn handtekening in gegraveerd heeft zodat iedereen weet: ‘Ze is van mij.’. De man die mij laat voelen wat echte liefde is en laat ervaren hoe mooi het leven is met hem er in. Hij geeft me een knipoog en ik voel me even alsof ik de enige ben die daar in die hal staat. Hij en ik, samen.

De toespraak is over en het wachten gaat verder. Ik zoek de moeder van zijn kamergenoot van de komende tijd. Ik heb haar en zijn vader ontmoet tijdens de TFI-dag. Als ik haar gevonden heb word ik enorm hartelijk begroet, en wat doet me dat goed. We praten kort even en dan zie ik een collega van het vriendje die ik al wel ken. Wat super dat ze toch even is gekomen en ik ben blij met weer een bekend gezicht. We praten even en daarna loop ik weer naar het vriendje en zijn familie toe. Daar word ik meteen voorgesteld aan een andere collega, al duurt het even voordat het kwartje valt en ik de namen bij de verhalen kan plaatsen.

Ik word kriegel van het wachten, van het niets doen en fladder dus overal een beetje rond. Zijn vader is nog steeds niet aanwezig, dus ik probeer alles in de gaten te houden en hem te zien wanneer hij er aan komt. Ik loop even naar buiten, dan kijk ik weer binnen rond en tijdens alles wat ik doe blijf ik de ruimte scannen. Dan sta ik weer even bij het vriendje, dan sta ik even te kletsen met een aantal van zijn collega’s, om vervolgens toch maar weer terug te gaan.

Het grootste gedeelte van de militairen die mee gaan zijn al ingecheckt en na de laatste oproep om in te checken is het dan zo ver. Hij pakt zijn tas en ik wacht mijn beurt af. Eerst maar zijn familie, want ik wil ‘m als laatste omhelzen, een kus geven en zeggen dat ik van ‘m hou. Als hij me kust breek ik toch en de tranen stromen over mijn wangen. Wat is dit moment toch raar, wat is dit moment toch moeilijk. Voor ons allebei. We houden het kort en door mijn tranen heen zie ik hem weglopen, terwijl zijn moeder een arm om me heen legt. Ik probeer me te herpakken, even de focus op wat anders te leggen en door mijn tranen heen geef ik zijn nieuwe kamergenoot nog een knuffel en wens ‘m veel plezier. “Pas goed op ‘m.” wil ik hem nog zeggen, maar ik doe het niet want ik weet dat dat wel goed zit.

Ik kijk ‘m na en loop weer terug om gedag te zeggen tegen de collega’s die er nog zijn. Eén van hen zegt me vooral een berichtje te sturen als ik dat wil, of gewoon eens langs te komen als ik daar behoefte aan heb. Zo ontzettend lief!
Daarna ga ik bij het raam staan en wacht tot hij vooraan in de rij staat. We zwaaien naar elkaar, ik blaas hem een handkus en dan is hij echt weg.

Ik loop naar de auto en wil bijna automatisch aan de bijrijders-kant het portier open doen, waarna ik mij een fractie van een seconde later besef dat dat niet hoeft. Ik rij er nu nog maar alleen in. Dit is mijn plekje van hem. Even helemaal voor mij, maar zo in alles nog van hem.

Als ik in de auto ga zitten doe ik het lampje aan en met de tranen over mijn wangen en een grote glimlach op mijn gezicht van al die gemixte gevoelens lees ik zijn brief. Wat een geweldige kerel heb ik toch. Mijn telefoon maakt geluid en het is een WhatsApp van hem. Na een paar berichtjes heen en weer weet ik dat ik echt moet gaan. Ik moet naar huis. Ik zou wel vast willen houden aan elk woord, aan elk dingetje wat hem nog even hier houdt, maar ook ik moet nu afscheid nemen. Voorlopig… Want zoals ik mijn brief aan hem afsloot: ‘Dit is geen “Doei!”, maar een “Tot straks!”. Kusje, wolkje, hartje. Dat zegt alles voor ons.


[Bron Afbeelding]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s