Zij van hem

Mijn leven met een man in een vlekkenpak

THE DAY AFTER

Een reactie plaatsen

Als ik vanmorgen wakker word hoef ik niet eens op de wekker te kijken om te weten dat het nog heel vroeg is. Ik heb geen wekker gezet, want ik hoef pas vanmiddag op school te zijn, maar het verbaast me niks dat ik ook nu weer vroeg mijn ogen open. Ik hoor de föhn in de badkamer en mijn blik op mijn mobiel bevestigt dat het zes uur in de ochtend is. Mijn ogen gaan weer dicht en ik vraag me in gedachten af of hij al geland zou zijn. Een paar seconden later, ik ben op dat moment in het vage gedeelte tussen slaap en wakker zijn, hoor ik dat ik een sms krijg. Mijn ogen schieten weer open en ik graai naar mijn telefoon. Ja! Het is een sms van hem. Eén kort zinnetje en een kus. Ik straal. Snel even een sms terug en ik val weer in slaap. Als ik weer wakker word heb ik een sms terug. Dit keer iets uitgebreider en hij vertelt onder andere dat zijn accu’s leeg zijn. Fijn om te weten, want dan hoef ik helemaal niet snel op bericht te rekenen. Toch stuur ik ‘m nog een sms terug. Je weet maar nooit of hij het nog leest…

Ook nu ben ik weer klaarwakker (what’s happening to me? This is so not like me!) dus ik besluit maar op te staan. Ik heb het gevoel dat de dag begint met een vreselijke kater. Zo één waarbij je weet hoe kut je je voelt, maar je niet meer alles precies kan herinneren en in gedachten de avond ervoor nog eens afspeelt. Keer op keer op keer. De dromen die ik vannacht had werken hier niet aan mee, want ik heb alleen maar over het vertrek gedroomd. Elke keer opnieuw weer in mijn dromen afscheid nemen. Ik voel me geradbraakt. Ik ben kapot.

Hij is de hele dag in mijn hoofd, bij alles wat ik doe. En alsof ik een soort gespleten persoonlijkheid heb lach ik breeduit als ik mij bepaalde dingen herinner of bepaalde dingen doe. Zo trek ik vandaag mijn kleren van gisteren aan, alsof ik gisteren dan nog even naar vandaag kan halen. Onder mijn witte broek trek ik mijn hakken aan en ik hoor hem zeggen dat lopen op hakken goed is voor je figuur en vooral voor je benen en billen. Normaal gesproken zou ik ‘m zeggen dat je er dan wel op moet kunnen lopen en dat het niet zo charmant is als je strompelend over straat gaat omdat het mooi staat en het dan helemaal je figuur niet ten goede komt. Maar vandaag recht ik mijn rug wat extra en hou ze ’s middags zelfs binnen aan als ik sta te koken. En als ik in zijn ‘asobak’ rij en het geluid (of, zoals ik het altijd omschrijf, de herrie) van zijn uitlaat hoor zie ik in gedachten zijn brede lach en voelt het alsof hij weer een beetje hier is.

Omdat de tank bijna leeg is ga ik toch tanken bij mij in de buurt. Ik zie dat de brandstofprijs bij deze pomp erg laag is voor dit moment en gooi ‘m maar helemaal vol. Als ik thuis kom zie ik op een flyer staan dat juist vandaag deze keten 14 cent korting had aan de pomp. Goede keuze dus, om hier mijn tank vol te gooien in plaats van bij die goedkopere bij mijn school in de buurt. Normaal gesproken zou ik dit ‘m meteen vertellen, maar dat kan nu niet.

De afgelopen weken heb ik gezegd dat ik weer ga beginnen met het letten op wat ik eet en weer fanatiek wil gaan afvallen als hij weg is, dus laten we daar dan maar meteen mee beginnen. Ik haal yoghurt en fruit bij de supermarkt en neem me voor om te gaan hardlopen vandaag. Ook moeten er eiermuffins gebakken worden, dus ik sta zo weer de hele ochtend in de keuken. Op mijn hakken.

Zijn vader belt en we spreken ongeveer een half uur. Het gesprek frustreert me en de gedachte dat ik dit straks aan het vriendje moet vertellen geeft me een rotgevoel, maar ik probeer er niets van te laten merken. Hij houdt me vrij lang aan de praat en ik moet me haasten om op tijd op school te komen. Op school parkeer ik zijn auto en als ik naar de ingang loop (of eigenlijk haast. Op mijn hakken) zie ik hetzelfde type auto staan (goh, dat ik dat nog ga herkennen!) in de kleur van zijn vorige auto. Weer een grijns op mijn gezicht, want wie had dat nou gedacht!

Tijdens de lessen kan ik me maar moeilijk concentreren en mijn mobiel ligt op tafel zodat ik het kan zien als hij belt. Wanneer ik naar de wc ga gaat mijn mobiel natuurlijk ook mee. Weer terug in de klas voel ik op een gegeven moment wat in mijn broekzak. Mijn telefoon staat op stil en ik was vergeten ‘m weer op tafel te leggen. Op dat moment ben ik in een opdracht aan het maken met mijn klasgenoten, maar als ik zie dat ik een gemiste oproep heb en dat het landnummer duidelijk niet van Nederland is spring ik op en haast ik me de klas uit, want ik heb een voicemail. Op de gang luister ik in spanning mijn voicemail af. Het is een kort berichtje, maar ik ben er zo blij mee! Mijn hart maakt een sprongetje bij het horen van zijn stem, dat alles goed gaat en de belofte dat hij vanavond nog belt. Ergens voel ik me rot dat ik ‘m gemist heb, maar goed, daar kan ik niets meer aan doen. Mijn eerste reactie is om een berichtje te sturen of terug te bellen, maar dat kan niet. Gewoon rustig afwachten. No way dat ik mijn telefoon nog uit het oog verlies vandaag!

Ik voel me de spil van zijn thuisfront. Alsof ik iedereen in de gaten moet houden of het wel goed gaat en iedereen op de hoogte moet houden. Ik voel me verantwoordelijk. Daarom is het fijn om gedurende de dag van mijn zussen, een handje vol vrienden, een aantal ‘thuisfronters’ die ik via internet ken en zelfs van collega’s van het vriendje de vraag te krijgen hoe ik me nu voel. Of hoe ik geslapen heb en of ik al iets van hem gehoord heb.

Als de les afgelopen is bel ik zijn moeder om te horen of zij iets gehoord heeft, anders kan ik haar meteen op de hoogte stellen. Gelukkig heeft hij haar gebeld en nu kan ook zij haar verhaal doen. We praten nog wat na over gisteren en over mijn gesprek met zijn vader om daarna op te hangen. Vlak voordat ze ophangt spreekt ze nog uit dat ze hoopt me binnenkort wel weer even een keer te zien. Ja, daar moet ik eigenlijk ook een keertje heen de komende tijd. Eens zien of ik dat ergens in kan plannen.

Onderweg naar huis gaat mijn telefoon. Joepie! Hij is het! Ik zet snel de radio zachter, pak met één hand de telefoon uit de houder en neem op terwijl ik mijn snelheid minder en rechts ga rijden. Ik heb geen headset bij de hand, dus dan maar kans op een boete. Dat maakt me nu even niet uit. Bij het eerstvolgende tankstation (een paar honderd meter verder) ga ik er af en zet de auto stil om zo even rustig te kunnen kletsen.

Wat is het heerlijk om zijn stem te horen. Er zit een korte vertraging op de lijn, maar gek genoeg merk ik daar weinig van als we met elkaar praten. Dit kunnen we dus ook goed samen, haha. Ik luister naar zijn verhalen en als hij vraagt hoe het met mij gaat krijg ik de glimlach al helemaal niet meer van mijn gezicht. Wat is hij toch lief! Als ik hem vertel dat ik nog niet echt het gevoel en het besef heb dat ik ‘m maanden niet ga zien zegt hij: “Net alsof ik een weekje op vakantie ben, of zo.” Ja, precies!

We praten over alles en ik vertel hem over het gesprek met zijn vader. Ik moet huilen, want wat zat me dat hoog. Maar we praten ook over koetjes en kalfjes en nemen onze dag door. Heerlijk is dat. Hij vertelt me dat hij kan bellen nu, maar niet zelf gebeld kan worden en ook geen sms kan ontvangen. Ik kan ‘m nog wel WhatsAppen, want als hij dan de Wifi aanzet krijgt hij alles binnen. In gedachten lach ik om de ‘spams’ die we elkaar in het begin stuurden als hij geen bereik had. O ja, dat gaat het zeker weer worden!

Hij vertelt dat hij het gevoel heeft dat het rond tienen is, maar dat het (ik hoor dat hij op zijn telefoon kijkt) pas half zeven is. “Ja schat, dat kan wel kloppen, want hier is het half zeven, maar bij jou half tien.” O ja, hij moest nog even de tijd van zijn telefoon aanpassen. En ook zijn cadeautje heeft hij nog niet uitgepakt. Dat ging hij meteen doen. Ik ben zo nieuwsgierig wat hij er van vindt!
We praten een klein kwartiertje met elkaar en dan ronden we af. “Veel plezier, slaaplekker voor straks en tot snel.” Heerlijk om elkaars stem even te horen, wie weet wanneer we daar weer tijd voor hebben.
Ik besluit zijn vader niet te bellen. Daar heb ik nu even geen zin in. Morgen is er weer een nieuwe dag.

Wanneer ik ’s avonds op de bank zit begin ik te rillen en heb ik het ijskoud. De vermoeidheid vindt nu langzaam zijn weg door mijn lijf. Op tijd naar bed dus vanavond. In bed trek ik zijn kussen naar me toe. Ik kan er niet op slapen, want dan krijg ik enorme oorpijn, maar ik kan er wel tegenaan liggen. Zo cliché, maar toch fijn. Slaaplekker. Mijn eerste dag kan afgestreept worden. Op naar morgen.


[Bron Afbeelding]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s