Zij van hem

Mijn leven met een man in een vlekkenpak

LAMPJE STUK

Een reactie plaatsen

Het vriendje heeft een gepimpte auto. Vrij kaal toen ie ‘m kocht (zelfs zonder radio) en inmiddels zit er al van alles op en in dit project. Hij is nog lang niet klaar, maar doordat hij weg is kan er verder niks aan gebeuren. Dat vind ik niet zo erg, want ik noem zijn auto nu al liefkozend zijn aso-bak of herriebak. Blauwe lampjes bij de voeten, lampjes in de deuren, lampjes in de handgrepen, als hij terug is zelfs neon onder de auto (gelukkig is het verboden om daar mee te rijden dus mag hij de ‘kerstverlichting’ alleen voor de show aanzetten als dat ding stil staat), alle onderdelen in de juiste kleur gespoten, een herrie-uitlaat er onder (wat dan wel weer gewaardeerd wordt door mijn klasgenoten), nieuwe boxen en andere stereo-onderdelen (vraag me niet wat precies), nieuwe zijspiegels, nieuwe velgen en banden, nieuwe lampen en weet ik wat allemaal niet meer. En om die lampen gaat het nu net. Omdat de linker koplamp wat kuren had heeft hij al een aantal dingen gedaan, waaronder nog vorige week (vlak voor vertrek) het lampje vervangen. “Maar,”, zei hij er bij “het kan goed zo zijn dat je het kastje moet vervangen.” Ehm… Oké. Dat is best makkelijk, verzekerde hij me.

Nu kwam ik er gisteren achter dat diezelfde koplamp het niet deed. Een klusje voor vandaag dus, aangezien het niet zo moeilijk schijnt te zijn. Bij thuiskomst kijk ik onder de motorkap en zie het kastje zitten. Ik volg de draadjes en zie dat het gemakkelijk er in en uit kan, alleen zit er om dat kastje zo’n raar metalen (?) iets waardoor het op z’n plek zit. En als ik kijk zie ik geen enkele manier om dat los te krijgen. Dat vraagt om raad van een collega van het vriendje. Ook hij knutselt wel aan auto’s en motoren meen ik en hij helpt het vriendje ook weleens. Zelf heb ik ‘m een paar keer ontmoet en zijn we vrienden op Facebook, dus ik maak een foto met mijn iPhone en plaats die op zijn wall. Help! Na het eten krijg ik een berichtje terug en er schijnt een schroef onderaan te zitten die losgeschroefd moet worden. Daarna kan je het kastje er uit halen. Nou, dat moet ik kunnen. Dus als de afwas gedaan is loop ik naar buiten en vervolgens tig keer heen en weer om het juiste gereedschap te pakken. Want ja, zo’n auto is onder de motorkap best krap. Alles zit elkaar in de weg en het feit dat het boutje net tussen maatje 6 en 7 invalt (wie heeft dat bedacht?) helpt ook niet echt. Daar sta ik dan, in mijn rokje (gelukkig wel met legging) over de auto heen gebogen. Door deze positie vormt zich ook een flinke inkijk in mijn decolleté, wat gelukkig enigszins schuil gaat achter de motorklep en de auto zelf, en hoe langer ik blijf prutsen in deze houding (en er is geen andere houding mogelijk) hoe meer ik mijn rug begin te voelen. Die vieze handen daar maak ik me niet zo druk om, maar wat een geklooi en ongemakkelijk gedoe! Nogmaals vraag ik me af wat hier dan toch zo leuk aan is, dat prutsen aan auto’s. In gedachten zie ik het vriendje al staan kijken met een grijns op zijn gezicht omdat ik zo aan het klooien ben, ook al vindt ie me wel stoer dat ik het gewoon doe, en werp ik ‘m een vernietigende blik toe.

Met welk gereedschap ik het ook probeer, ik krijg het niet voor elkaar. Ik voel me nu echt die hulpeloze cliché-bevestigende vrouw die als haar man weg is ook echt hulp nodig heeft van een andere kerel. Ik baal en de tranen staan in mijn ogen. Waarom wil dit gewoon niet? Waarom kan ik niet gewoon die schroef loskrijgen en dat kastje vervangen? Aaaaah!
Na poging op poging besluit ik maar de hulp van mijn vader in te roepen, want dit gaat me niet lukken. Ook hem lukt het niet met het gereedschap dat ik bij elkaar had gesprokkeld, dus hij haalt weer ander gereedschap waarvan ik niet wist dat we dat hadden. Met enorm veel moeite lukt het uiteindelijk om de schroef los te krijgen, dus we denken: Ha! Nu kan het los!
Helaas… Er zit nog een schroefje boven! Deze krijgen we met geen mogelijkheid los, dus dan is de laatste troef voordat ik de hulp van de collega in moet roepen: mijn buurman. Ook hij probeert het, gaat gereedschap halen (beter spul dan dat van ons, want hij prutst wel vaker aan auto’s) en krijgt uiteindelijk ook dat schroefje los. Ik knip de tie rips door die het vriendje aan de kabeltjes heeft gebonden en kan het kastje ‘bevrijden’. Nieuwe kastje er aan en vastschroeven maar. Dan even een testje. Resultaat: de koplamp doet het nog steeds niet! Ik baal nu zo enorm en wens in stilte dat hij nu niet weg was of gewoon een werkende auto bij mij had gelaten. Dit kan namelijk niet wachten tot de eerste thuisfrontdag zodat zijn collega er dan naar kan kijken, want het wordt nu al snel donker ’s avonds en later licht in de morgen. We gooien de motorkap dicht. Ik vind het wel best zo. Als ik het vriendje weer spreek zal ik hem wel vragen wat het nog meer kan zijn.

De tijd gaat ook vanavond weer langzaam voorbij en als het negen uur is geweest verwacht ik, zoals gewoonlijk, ook geen belletje meer vanuit de zandbak. Toch belt hij me om kwart over negen. Mijn hart maakt een sprongetje en ik ben zo blij om hem even te spreken. Hij heeft zijn mail nog niet gelezen, want hij is druk geweest, dus ik licht hem in over de laatste roddels. Heerlijk en zo vertrouwd om hem te horen reageren zoals ik wist dat hij zou reageren, net alsof hij gewoon op de basis is en ik hem bel. Net zoals ik hem ken. Als ik vertel over de auto snapt hij er ook niks van en draagt een paar mogelijke oplossingen aan die ik kan uitproberen. En anders moet ik echt even zijn collega vragen of hij er naar wil kijken. Er is zoveel te vertellen dat ik bijna over mijn gedachten struikel en bang ben iets te vergeten. Ik spring van de hak op de tak en wil het niet te lang laten duren omdat het voor hem al laat is, maar wil het ergens ook eeuwen laten duren omdat ik er zo van geniet om met ‘m te kletsen. Dan is ie toch even wat dichterbij. Als hij me vertelt dat hij me ook wel mist zou ik het liefst een rondje rennen, op en neer springen, een dansje doen of iets anders geks van blijdschap. Mijn vriendje mist me! Wat is dat toch fijn om te horen.

Zoals altijd geeft zijn belletje me weer wat energie en met een gelukzalige glimlach kus ik, zoals we altijd doen vlak voor voordat we de verbinding verbreken, de lucht voor mijn telefoon een paar keer als we elkaar welterusten hebben gewenst en gezegd hebben dat we van elkaar houden. Slaapzacht lief. Droom fijn. Spreek je snel.


[Bron Afbeelding]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s