Zij van hem

Mijn leven met een man in een vlekkenpak

BERT

Een reactie plaatsen

Terwijl ik mijn leven weer in een notendop documenteer doet zich een uniek moment voor: op mijn linker onderbeen, vandaag opgemaakt uit alle kleuren van de regenboog door de teensokken (of eigenlijk –kousen) die ik vanavond ver achter uit een la tevoorschijn heb getoverd, bevindt zich Bert. Nu gebruik ik in mijn blog nooit namen, maar voor dit unieke exemplaar maak ik een uitzondering. Bert is namelijk een vriendje van mijn lief; zo één met schubben, een lange staart en vier poten, en gek genoeg heeft hij deze naam te danken aan mij (wat vrij vlot werd overgenomen door mijn lief). Ik heb het nooit zo op deze beesten, maar ook al is mijn reactie typisch vrouwelijk bij het zien van Bert (“Ieuw!”) en heb ik het er al helemaal niet op als hij gaat bewegen (stel dat ie bijt!), na een poosje begint Bert langzaamaan toch wat terrein te winnen (tot groot genoegen van mijn lief natuurlijk, die ‘knuffelmomenten’ van mij met Bert bekijkt alsof ik daar met onze liefdesbaby (ik mag toch hopen dat het uiteindelijke echte exemplaar wat beter lukt!) op de arm zit). Maar helaas heeft het knuffelen Bert blijkbaar niet overtuigd van een toekomst in ons kikkerlandje en bij mij en mijn lief, en zag hij als enige oplossing de permanente winterslaap. Wanneer ik ’s avonds beneden kom is Bert niet in optimale staat en doet mijn lief verwoede pogingen om het beste beestje op te warmen in de gootsteen. Fanatiek baddert hij hem in lauwwarm water, maar wanneer ik een blik op mijn lief met Bert werp zie ik dat het nog maar weinig zin heeft. “Schat, leeft hij nog wel?”, opper ik voorzichtig. “Ik hoop het wel.” Hmmm… Ik kan hem ook niet een half uur nog laten staan in een poging Bert nog tot leven te wekken. “Ademt hij dan nog?”, vraag ik dan maar. “Geen idee.” “Kijk dan eens.” “Ehm… Tja…” Nog steeds geen actie, behalve het badderen van Bert. “Dat moet je vast op zijn buik kunnen zien.” “Ja.” “Hij ziet er namelijk een beetje stijf uit, lief.”, voeg ik er aan toe. Hij is het met me eens en friemelt met de staart, daarna nog wat met de pootjes en zijn lijfje. Op elke manier probeert hij Bert nog wakker te krijgen en te controleren of hij wel leeft. Het toepassen van mond-op-bek-beademing en hartmassage (als we al zouden weten waar in dat lijfje dat zat) behoort niet tot de opties. Daar kennen we elkaar echt nog niet lang genoeg voor. Haha. “Zijn staart hoort ook niet zo stijf te zijn, lief. Ik denk echt dat ie niet meer leeft. Hij ziet er niet meer zo levend uit.” Het is even stil en dan zegt hij kort: “Nee.” En zo is het opeens, zo onverwacht, ‘einde Bert’.

Net zo onverwacht als het einde van Bert is voor mij het feit dat een uitzending niet zomaar stopt wanneer hij thuis komt… Zoals Bert er uit ziet, zo voel ik mij. Dood(op)… Ik begin meer en meer te merken hoeveel de uitzending ook van mij heeft gevraagd.
Wanneer we tijdens ons eerste weekend thuis onderweg zijn vanuit zijn oude woonplaats naar mijn huis vertrouwt hij me toe dat hij het soms wel lastig vindt. “Wat?”, vraag ik hem. “Nou, dat iedereen aan mij vraagt hoe het is geweest, maar niet aan jou.” In het donker (het is bijna half vier ’s nachts en ook al is het een heldere nacht toch is het vrij donker in de auto) komt de liefde die ik voel bij het horen van zijn opmerking tot uiting in een grote glimlach op mijn gezicht. Wanneer ik zijn opmerking in stilte tot me door laat dringen laten ook de waterlanders hun gezicht weer zien. Het zal eens niet… Het was alweer even geleden natuurlijk, dus dat kon niet uitblijven. Zijn opmerking raakt me door wat het betekent hoeveel hij om me geeft om dat zo te ervaren, maar ook doordat het me laat beseffen dat het niet alleen maar zo stoer en mooi en positief is geweest als ik het weleens naar buiten toe (en naar mijzelf toe, who am I kidding?) wil tonen. En dat is het gekke van je geest, van dat gekke brein, die kronkelende grijze massa in dat pannetje onder die goed gestylede of slordige en warrige haarbos. Net zoals de fysieke pijn die je soms kan ervaren en daarna nog maar lastig echt opnieuw kan beleven wordt ook op de pijn van het missen, van onzekerheid en alle ongemakken die je beleeft tijdens zo’n uitzending een onzichtbare pleister geplakt, waardoor het gevoelsmatig allemaal een stuk minder heftig lijkt dan hoe je het op dat moment hebt ervaren. Maar soms herinnert ook dat pientere koppie me nog aan hoe het echt was. Zo werd ik de eerste nacht regelmatig wakker om te controleren of hij er echt nog wel was, droom ik vaker sinds hij weer thuis is, en telkens weer met hetzelfde thema: mijn lief vertrekt. Zo droomde ik tijdens onze week vakantie dat hij was vertrokken en op het moment dat ik wakker werd, mij omdraaide en zag dat hij aan de andere kant van het bed lag voelde ik een golf van verontwaardiging door mij heen gaan. ‘Dan ben je verrekte thuis en dan lig je nog aan de andere kant van het bed!’, was mijn eerste gedachte. ‘Je hoort hier te liggen, tegen mij aan!’ Of zo droom ik dat hij bij mij weggaat en onze relatie verbreekt, en terwijl ik bij het ontwaken weet dat dit nergens op slaat, en dat hij juist in alles mij de bevestiging geeft dat hij niet meer zonder mij wil en samen met mij oud, grijs en eigenwijs en bijdehand bejaard wil worden, kan ik het gevoel de hele dag niet van mij afschudden. Ik ben opeens een stuk onzekerder geworden over alles, terwijl ik me tegelijkertijd nog nooit zo zeker heb gevoeld over hoeveel ik van hem hou, hoe gek ik op hem ben en hoezeer ik geniet van onze relatie en zeker weet dat onze toekomst er één is waarin we samen zijn. Opeens vraag ik mij af of hij me nog wel leuk vindt, mooi vindt, lief genoeg vindt en aantrekkelijk vindt. Opeens twijfel ik of ik niet te kattig tegen ‘m ben, teveel affectie van hem vraag en indirect teveel bevestiging van hem vraag. Maar dat is niet het enige…

Ik ben enorm moe. Zo’n vermoeidheid die er voor zorgt dat je liever ter aarde stort, dan nog een pas te moeten lopen, je hoofd omhoog te moeten houden en nog een zinnig woord uit te moeten brengen. En zoals mijn lief nu elke ochtend heerlijk kan uitslapen voel ik me nog steeds rusteloos. 4,5e maand lang heb ik school, werk en mijn lief gejongleerd en in de lucht gehouden en mijzelf wat lager op mijn prioriteitenlijstje geplaatst. Op zich klinkt het als niks: je man is gewoon weg en mijn leven hier draait door. En zelfs als ik hardop zeg dat je met hem opstaat en weer naar bed gaat en hij de hele dag in je gedachten is, en dat je elke week een pakketje, wat kaartjes en een brief verstuurt, valt het allemaal nog mee. Ik had ook niet gedacht dat het zoveel energie zou vreten, en dat is wat ik nu nog steeds ervaar. Tegen het einde van de uitzending had ik het helemaal gehad. De laatste loodjes wegen inderdaad het zwaarst. Meer als tientonners… Het was mooi geweest. We hadden bewezen dat we het kunnen, dat we uitdagingen aan kunnen gaan, zelfs al zijn we nog zo kort bij elkaar, en het was tijd om naar huis te komen. Maar dat kan nu eenmaal niet, dus bikkel je door. En als kers op de taart, als slagroom op een heerlijke kop warme chocolademelk en als spikkeltjes op een softijsje, vroeg ook mijn studie de nodige aandacht, juist zo tegen het eind van de uitzending en net erna. Daardoor heb ik ook niet zo van de thuiskomst kunnen genieten dan ik gedroomd had, gehoopt had en verwacht had. Maar het allerbelangrijkste is: hij is thuis! Hij is bij mij, we zijn samen en we kunnen nu verder aan een toekomst samen.

Nu pas, nu alle studie-dingen afgerond zijn, kan ik langzaam ontspannen, slaap ik wat beter en zelfs wat langer. Maar de lijst van to do’s is nog lang en een nieuw hoofdstuk staat alweer te trappelen om gelezen te worden. Adem in. Adem uit. En dan…. Go, go, go!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s